Cyclus en vruchtbaarheid – hoe ga je hiermee om?

Cyclus en vruchtbaarheid - hoe ga je hiermee om?Je wilt zwanger worden… Je kunt natuurlijk de natuur zijn gang laten gaan, maar je kunt hem ook een beetje helpen. Inzicht in je cyclus kan je hierbij helpen. Natuurlijk geeft het geen garanties, maar vrijen tijdens je meest vruchtbare dagen kan net het verschil uitmaken. Het geeft je echter geen garantie tot succes. Het kan echter geen kwaad er in ieder geval rekening mee te houden…

De menstruele cyclus

De menstruele cyclus is het proces dat zorgt voor de rijping van eicellen en voor de opbouw en afbraak van het baarmoederslijmvlies. Dit is een maandelijks terugkerend proces waarbij onder invloed van hormonen uit de hypothalamus (De hypothalumus is het hersenweefsel dat in de nabijheid van de hypofyse ligt. De hypothalamus heeft een regulerende werking op de hypofyse door afscheiding van hormonen.), de hypofyse (De hypofyse is een minuscuul orgaantje gelegen onder de hersenen. De hypofyse produceert belangrijke hormonen: FSH, dat zorgt dat een van de eicellen gaat groeien en rijpen en LH, die noodzakelijk is voor de eisprong of ovulatie.) en de eierstokken (ovaria) allerlei fysiologische veranderingen plaatsvinden aan de vrouwelijke genitaliën. Een gemiddelde cyclus duurt tussen de 25 en 35 dagen. Dit is gerekend vanaf de eerste dag van je menstruatie (afgekort tot EDLM) tot de eerste dag van een volgende menstruatie. De duur van je cyclus kan in de loop van je leven veranderen. Een onregelmatige cyclus (de duur) kan een aanduiding zijn voor eventuele vruchtbaarheidsproblemen.

Een normale cyclus

Een normale cyclus kun je opsplitsen in vier fasen:

1. De fase waarin de eicel rijpt
2. De eisprong (ovulatie)
3. Je baarmoeder maakt zich voor innesteling van een bevruchte eicel
4. De menstruatie (baarmoeder stoot slijmvlies en niet-bevruchte eicel af)

Het moment van de eisprong is seizoen gebonden: in de lente treedt de ovulatie ’s nachts of ’s morgens op, in de herfst en winter laat in de middag of ’s avonds.
Iedere vrouw heeft twee eierstokken waarin vanaf de geboorte een half tot twee miljoen eicellen aanwezig zijn. Er worden verder geen nieuwe eicellen meer bijgemaakt. De miljoenen eicellen waarmee je begint, worden in de loop van de tijd opgeruimd door een ingebouwd programma dat apoptose of celdood heet. Ze sterven niet gewoon af, maar ze worden letterlijk ontmanteld: de membramen bollen op en ze ontploffen waarna het lichaam ze netjes afvoert.

Wanneer ben je vruchtbaar?

Als je graag zwanger wilt worden, is het natuurlijk belangrijk te weten wanneer je vruchtbare dagen zijn. De meest vruchtbare tijd zijn de drie dagen rondom je ovulatie. Je kunt vooraf niet zeggen wanneer je een eisprong zult hebben, alleen achteraf. Na de eisprong vormt zich het gele lichaam dat progesteron afscheidt, een hormoon dat het baarmoederslijmvlies gereed maakt voor innesteling.

Wanneer er geen bevruchting plaats vindt verschrompelt dit gele lichaam en volgt na 14 dagen de menstruatie. Anders dan je vaak hoort, vindt bij een regelmatige cyclus de ovulatie dus niet 14 dagen nà maar 14 dagen vóór de menstruatie plaats.
Voorbeeld: heb je een regelmatige cyclus van 28 dagen dan ovuleer je inderdaad op de 14e dag. Maar heb je altijd een cyclus van 32 dagen, dan ovuleer je pas op de 18e dag! Vrijen rondom de 14e dag heeft dan weinig zin…

Om het juiste moment van ovuleren vast te stellen kun je verschillende dingen doen:

Terugrekenen vanaf je eerste dag van je menstruatie; door je menstruatieperioden een tijdje bij te houden krijg je meer inzicht in je cyclus
Een cycluskalender bijhouden door je basal lichaamstemperatuur in curve te brengen; een ovulatie geeft een lichte temperatuursstijging
Een ovulatietest gebruiken
Varentest toepassen

Ovulatietest

Ongeveer 24 tot 36 uur voordat de eisprong plaatsvindt, neemt in de urine de hoeveelheid Luteïniserend Hormoon (LH) toe. Dit hormoon bereidt het baarmoederslijmvlies voor op de mogelijke innesteling van een bevruchte eicel. Wanneer een verhoogde concentratie van het hormoon in de urine wordt waargenomen met de ovulatietest is dat het moment waarop de meeste kans bestaat om zwanger te worden.

Cycluskalender

Als je al langere tijd probeert zwanger te raken dan kan elke keer dat je menstruatie op gang komt, een teleurstelling zijn. Om bewuster te proberen zwanger te raken is het belangrijk dat je weet hoe je cyclus in elkaar zit. Je kunt hiervoor een cycluskalender bijhouden. Rond de ovulatie neemt je basale lichaamstemperatuur iets toe. Wanneer je dagelijks op hetzelfde tijdstip je temperatuur meet kun je het verloop vastleggen in een temperatuurcurve. Op deze manier kun je zien wanneer je in je vruchtbare periode bent. Neem de temperatuur dagelijks op hetzelfde tijdstip (rectaal) op. Het liefst ’s ochtends vóór je opstaat. Beweging, eten, drinken of roken kunnen je basale lichaamstemperatuur beïnvloeden.
Gebruik steeds dezelfde thermometer. Begin met meten op de eerste cyclusdag of de ochtend na de eerste cyclusdag. Mocht je van je huisarts andere aanwijzingen hebben gekregen, dan volg je uiteraard de aanwijzingen van je arts.
De eerste helft van de cyclus wordt gekenmerkt door een laag temperatuurniveau (36.6° – 36.8° C). Er is nu nog geen progesteronwerking. De tweede helft wordt gekenmerkt door een hogere temperatuur (36.9° – 37.1° C).
Bij het begin van de menstruatie daalt de temperatuur weer tot een lager niveau en begint het weer opnieuw.

Let op: de cycluskalender is echter geen geschikt middel voor anticonceptie omdat de temperatuur pas stijgt als de eisprong al twee dagen voorbij is. De vruchtbare periode van de cyclus kan zeer sterk schommelen, ook bij vrouwen met een regelmatige cyclus.

tip
Download cycluskalender (xls)
Download cycluskalender (pdf)
Download gebruiksaanwijzing kalender (pdf)

Varentest

Onder invloed van hormonen verandert bij je eisprong het uiterlijk en de samenstelling van je vaginale afscheiding. De verandering in je afscheiding is bedoeld om de zaadcellen naar de eicel te brengen.
Houd je afscheiding dus goed in de gaten; de varentest helpt je hierbij. Als je dit slijm onder een microscoop zou bekijken, dan heeft het de structuur van een varen. Het is wat dikker en wanneer je het tussen duim en wijsvinger uitrekt ontstaan er een soort draden.

Kans op bevruchting

Zonder rekening te houden met het moment van je eisprong heb je de grootste kans op bevruchting wanneer je om de twee dagen (dus ongeveer twee tot drie maal per week) gemeenschap hebt.
Mannelijk zaad blijft zo’n twee dagen vruchtbaar (gemiddeld ongeveer 48 uur). De vrouwelijke eicel is slechts één dag vruchtbaar (18 tot 24 uur).
De beste kansen tot bevruchting krijg je met het volgende schema: om de twee dagen geslachtsgemeenschap, vanaf vier dagen voor tot twee dagen na de verwachte eisprong.
De kans op een zwangerschap neemt duidelijk toe naarmate een koppel geregeld seks heeft.

Seks per week Zwangerschap binnen 6 maanden
Minder dan 1x 16%
1x 30%
2x 45%
3x 50%

De vruchtbaarheid van de vrouw neemt af met haar leeftijd omdat de eicellen van de vrouw verouderen. Op de leeftijd van 20 jaar heeft een vrouw ongeveer 20% afwijkende eicellen, op de leeftijd van 40 jaar is reeds 80% van haar eicellen afwijkend. Dit resulteert naast verminderde vruchtbaarheid ook nog in een verhoogd aantal miskramen indien er toch bevruchting plaatsvindt. Bij een 40-jarige vrouw is de kans op miskraam al 50%.

De kans op zwangerschap neemt dus elke cyclus af, enerzijds door de veroudering van de eicellen, anderzijds door het verlies aan eicellen.

Wil je een jongetje of meisje? Bepaal zelf het geslacht

Afwijkingen

Amenorroe Geen menstruatie, voor minimaal 6 maanden. Dit kan optreden zonder dat er ooit een ‘normale’ cyclus is geweest (een primaire amenorroe), of nadat er wel een ‘normale’ regelmatige cyclus is geweest (een secundaire amenorroe).
Oligomenorroe Je cyclus langer dan 35 dagen, maar korter dan 6 maanden.
Polymenorroe Je cyclus korter dan 25 dagen, waardoor veelvuldig menstruatiebloedingen.
 
Afwijkingen in hoeveelheid bloedverlies:
Menorrhagie: Toename van hoeveelheid menstruatiebloed, toename van aantal dagen bloedverlies, normale regelmatige cyclus.
Hypermenorroe: Toename van hoeveelheid menstruatiebloed, normale regelmatige cyclus.
Hypomenorroe: Afname van hoeveelheid menstruatiebloed, normale regelmatige cyclus.
Metrorrhagie: Wisselende hoeveelheid menstruatiebloed, wisselende aantal dagen bloedverlies, wisselende duur van de cyclus.
 
Andere typen afwijkingen:
Intermenstrueel bloedverlies: Bloedverlies in de cyclus tussen de menstruaties zonder buikkrampen, bij een normale regelmatige cyclus.
Contactbloedingen of postcoitaal bloedverlies: Bloedverlies direct na intravaginaal seksueel contact.
Postmenopauzaal bloedverlies: Bloedverlies nadat de menopauze is opgetreden (langer dan een half jaar geen spontane menstruaties meer).

Meer informatie

Wil je een jongetje of meisje? Bepaal zelf het geslacht
Innesteling in de baarmoeder
10 Tips om sneller zwanger te worden
Vruchtbaarheid en voeding
Meer informatie over bakerpraatjes
Meer informatie over gezonde voeding
Meer informatie over je cyclus
Vruchtbaarheidsproblemen
Seks tijdens de zwangerschap – Kan het kwaad?

Bronvermelding

Tekst: Marion Middendorp
Stockfoto: 123rf.com

Kijk ook naar...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *