Consultatiebureau – Sluit het advies nog wel aan?

Consultatiebureau - Sluit het advies nog wel aan?In 1901 gingen in Den Haag voor het eerst de deuren open van het consultatiebureau. Het was een particulier initiatief vanuit de kruisvereniging om de kindersterfte terug te dringen. Die was in die tijd schrikbarend hoog door slechte hygiëne en amper voorlichting over zuigelingenzorg.

Het consultatiebureau – Wat mag je ervan verwachten?

Rond 1920 kwamen er in heel Nederland steeds meer consultatiebureaus en jonge moeders maakten hier dankbaar gebruik van. De kindersterfte werd hierdoor teruggedrongen. In de jaren daarna werd het CB een begrip en werd de zorg steeds beter toegespitst op moeder en kind.

Anno 2008 en meer dan een eeuw verder kunnen jonge moeders nog altijd terecht bij de consultatiebureaus en is de zorg die geboden wordt meer en meer uitgebreid. De thuiszorg heeft het inmiddels van de kruisvereniging overgenomen en deze dienst is gratis. Hoewel niet verplicht door de overheid, gaat 98% van de jonge moeders naar het consultatiebureau. Op het consultatiebureau wordt de gezondheid, groei en ontwikkeling van baby’s en peuters van 0-4 jaar gevolgd en wordt het rijksvaccinatieprogramma uitgevoerd. Ouders vinden het prettig om de gezondheid en ontwikkeling van hun kindje in kaart gebracht te hebben en om (eventueel) gebruik te maken van het rijksvaccinatieprogramma. Daarnaast kunnen ze met hun vragen over (borst)voeding, gedrag, slapen, veiligheid en opvoeden op het consultatiebureau terecht. Mocht er iets niet goed zijn dan word je automatisch doorverwezen naar gespecialiseerde reguliere hulp, zoals de huisarts, kinderarts, fysiotherapeut,e.d. Al met al is het CB dus een nuttig instituut met hardwerkende, speciaal opgeleide artsen en verpleegkundigen.

Wat is het Rijksvaccinatieprogramma (RVP)
Babyvoeding – Borstvoeding en flesvoeding
Je baby lekker laten doorslapen

Consultatiebureau - Sluit het advies nog wel aan?

Hoe ziet de moderne ouder het consultatiebureau?

Ondanks dit netwerk van uitgebreide zorg zijn er jonge ouders die zich negatief uitlaten over het CB. Velen zijn namelijk ontevreden over het feit dat ze geen medewerking krijgen bij het zoeken naar andere hulp, buiten het reguliere aanbod van het CB om. Ouders zijn tegenwoordig mondiger en laten zich niet meer met een kluitje in het riet sturen, zeker niet als het hun eigen vlees en bloed betreft. Dus als ze in de reguliere zorg niet verder komen, nemen ze zelf het initiatief en gaan op zoek naar alternatieve mogelijkheden.

Een veel gehoorde klacht is, dat ouders vinden dat hun probleem gebagatelliseerd wordt door het CB. Een moeder voelt het intuïtief aan als er iets aan de hand is met haar kind. Ouders van nu willen eventuele aandoeningen kunnen uitsluiten om zo meer zekerheid te verkrijgen. Een ander geluid dat ouders laten horen, is de onzekerheid waar zij mee worden opgezadeld. Dit omdat zij op het CB, volgens menig ouder, belerend worden bejegend.

Worden deze signalen wel opgepikt door het CB en de jeugdgezondheidszorg? Sluit de visie van het CB nog wel aan bij de eisen en verwachtingen van de moderne ouder? In 2001 heeft Ouders Online een grootscheeps onderzoek verricht onder ouders met het motto: “Wat vindt u van het consultatiebureau?” Ook toen bleek dat ouders om praktisch dezelfde redenen zich sceptisch uitlieten over het CB met als grootste kritiek:

Betutteling

Het blijft een groot pijnpunt, waar respondenten vaak uitvoerige toelichtingen op hebben gegeven. Het betreft de gebrekkige aansluiting van de cultuur van het CB bij de levensstijl van moderne ouders. Ouders voelen zich ‘betutteld’.
Bron: www.ouders.nl

Voorbeelden

Allergie een ‘modewoord’?

Nu zeven jaar later, als ouders bij hun baby klachten constateren zoals eczeem, spugen, slechte stoelgang, benauwdheid en huilgedrag, komen ze vaak pas na maanden tobben bij de kinderarts terecht met de vraag of dit wellicht een koemelkallergie zou kunnen zijn? Deze ouders ondernemen zelf actie omdat ze willen uitvinden wat er met hun kind aan de hand is. De hulp die het CB biedt en de adviezen die ze geeft, zijn voor deze ouders onvoldoende. De klachten van de baby worden naar hun mening niet serieus genoeg genomen. Diverse ouders vertellen dat het CB stelt dat iedere ouder tegenwoordig denkt dat zijn kind aan een allergie lijdt.

Koemelkallergie – Hoe herken je het en wat kun je doen?

Dus worden ouders gerustgesteld en moeten ze het nog maar wat langer aankijken’. Want blijkbaar is de medische wereld de mening toegedaan dat onder de ouders allergie een modewoord is geworden. Er wordt aangegeven dat er onschuldige redenen kunnen zijn voor de klachten van het kindje. Veel spugen kan ook reflux zijn en elke baby is wel eens verkouden of benauwd, baby’s huilen nu eenmaal vaak en ook over eczeem kunnen ze heen groeien. En het hoeft inderdaad niet altijd een allergie te zijn, maar dit is nu juist wat ouders willen uitsluiten! (het is immers een gegeven dat er tegenwoordig veel meer kinderen met allergieën zijn dan vroeger).

Consultatiebureaus en huilbaby’s

Een huilbaby is een aanslag op het hele gezin, wekenlang en soms maandenlang worden de zenuwen van de gezinsleden getergd en door het chronische slaaptekort worden ouders vaak labiel. Het gevaar dat hierin schuilt, is het risico op kindermishandeling en hechtingsproblemen bij baby’s die maar blijven huilen en de ouders tot regelrechte wanhoop brengen.

Moeders die meer hulp willen bij de begeleiding van een huilbaby dan alleen de wijkverpleegkundige, krijgen toch vaak als reactie: “Je kindje is nu eenmaal overprikkeld en daar moet je mee zien te leren leven.”. Ouders kunnen de troostkoffer krijgen en uitleg over rust en regelmaat, terwijl ook het inbakeren aan de orde komt.
Maar als dit allemaal niet helpt, willen ze een verwijzing naar andere hulpverlening die zich hier in gespecialiseerd heeft. Tegenwoordig willen ouders de reden weten van het vele huilen en de oorzaak aanpakken in plaats van het gevolg.

Inbakeren, een doekje voor het bloeden
Rust Regelmaat Reinheid – De drie R’s werken nog steeds

Een wijkverpleegkundige uit Noord-Brabant die anoniem wil blijven vertelt: “Als ik alles heb gedaan dat in mijn macht ligt en het probleem blijft dan mag ik geen verdere aanbevelingen doen voor hulp. Wat ik dan wel doe, is het advies geven om eens contact op te nemen met praktijken waar ik veel goeds over heb gehoord. Maar ik zeg er dan steevast bij: Dit heb je niet van mij, ik neem hier niet de verantwoording voor!” Wat ook tevens de reden is voor haar anonieme reactie.

Huilbaby – Wat kun je er aan doen?

Wisselende adviezen

Ouders hebben ook moeite met de wisselende adviezen die gegeven worden. Probleem en verwarrend hierbij is dat er in sommige gevallen wordt terug gegrepen op remedies uit het verleden. Jarenlang werd het advies gegeven om je baby vooral te troosten bij huilgedrag, dit zou een goede hechting bevorderen. Het advies was om de baby ’s nachts lekker tussen de ouders in te laten slapen. Mits je geen bedwelmende middelen gebruikte zou je nooit bovenop je baby kunnen gaan liggen. Je instinct zou dat zelfs tijdens je slaap voorkomen. Overdag had je je baby lekker in een draagdoek tegen je aan. Het allerbelangrijkste was liefde geven met een grote letter L.

Tips om je baby te troosten
Goed dragen door een draagconsulent

Momenteel is het advies weer de oude rust en regelmaat toe te passen van onze grootmoeders: Het kindje langer laten huilen in zijn eigen bedje, even troosten en er zeker niet uithalen. Tussen de ouders in laten slapen wordt nu ten sterkste afgeraden, het kind kan stikken door jouw gewicht of last krijgen van warmtestuwing als het tussen de ouders in bed ligt. Welk advies nu het beste is weet niemand, elk advies heeft al ooit eens als het beste gegolden!

Rust Reinheid en Regelmaat – De drie R’s werken nog steeds

Werd inbakeren lange tijd afgeraden omdat een baby voor een goede ontwikkeling bewegingsvrijheid nodig had, nu is het weer een trend.
Gaan we eeuwen terug in de tijd? Uit landelijk onderzoek naar de effectiviteit van verschillende interventies bij baby’s die veel huilen en jengelen in het Wilhelmina kinderziekenhuis te Utrecht, bleek dat inbakeren een toegevoegde waarde tot zeven weken heeft in combinatie met rust en, regelmaat (prikkelreductie). Het laatst genoemde geeft dezelfde resultaten in de weken daarna.

Inbakeren alleen helpt niet! Het is een in feite ouderwetse vorm van symptoombestrijding in plaats van dat het zich richt op de aanpak van de oorzaak. Daarbij geeft inbakeren meer kans op hechtingsproblemen en worden de natuurlijke reflexen bij borstvoeding verstoord of belemmerd als het kind is ingebakerd. Maar ook de ‘hongersignalen’ van de baby worden onderdrukt. Nota excessief huilen 2007: Hoewel beide interventies tot hetzelfde resultaat leiden, heeft het aanbrengen van rust en regelmaat altijd prioriteit boven inbakeren. Inbakeren dient namelijk veilig te gebeuren voor wat betreft heupdysplasie en wiegendood en moet weer tijdig afgebouwd worden. Rust en regelmaat kent die beperkingen niet.

Wiegendood – Wat is wiegendood en is het te voorkomen?

Mogelijke aanvullingen op het aanbod

Als je als moeder toevallig meerdere kinderen hebt gebaard in de afgelopen vijftien jaar dan blijken de richtlijnen van het CB in deze periode sterk aan verandering onderhevig. Sommige adviezen staan lijnrecht tegenover eerdere adviezen. Hierdoor gaan moeders in deze situatie hun eigen koers varen en alle ‘goede raad’ met een korrel zout nemen.
De adviezen van het CB zouden moeten komen vanuit voortschrijdend inzicht aan de hand van nieuwe ontwikkelingen. Maar blijkbaar worden de adviezen aangepast naar gelang de tijdsgeest die heerst, zijn derhalve aan mode onderhevig en dus tamelijk inconsequent.
In plaats van terug te grijpen naar het verleden en oude inzichten zouden de overheid en jeugdgezondheidszorg eerder open moeten staan voor alternatieve vormen van oorzaakgerichte behandeling. Ouders wenden zich immers nu al tot deze vorm van hulp, ook zonder doorverwijzing of aanbeveling, simpelweg omdat ze daar baat bij hebben.
Hier is duidelijk een rol voor het consultatiebureau weggelegd, mits zij zich orií«nteren wil op de zich immer ontwikkelende maatschappij om ons heen.
Is het niet uit liefde voor het vak, dan toch zeker om aan de vraag en behoefte van de huidige ouders te kunnen voldoen.

Voorbeelden

Osteopathie

Osteopathie is een manuele therapie die zich toelegt op het herstellen van een verstoord evenwicht binnen het lichaam. De behandelmethode van de osteopaat is gericht op het herstellen van de oorspronkelijke bewegingen. Bij de jonge ouders van tegenwoordig is osteopathie een logische stap om te zetten als er problemen zijn met hun pasgeborene.
Men wendt zich al tot de osteopathie bij problemen als bijvoorbeeld, KISS-syndroom, huilbaby, reflux en darmproblemen. Maar ook zonder problemen stappen sommige ouders al snel naar een osteopaat ter controle van hun kindje. Vaak kort na de bevalling, preventief om problemen in de toekomst uit te sluiten. De osteopathie is een vertrouwd begrip geworden in Nederland en wordt door verschillende verzekeringsmaatschappijen dan ook (gedeeltelijk) vergoed. Toch behoren zij niet tot het reguliere netwerk van het CB terwijl het door de ouders wel als een effectieve en betrouwbare behandelvorm wordt gezien. Volgens Paula van Genugten, osteopaat DO-MRO en bestuurslid van de Nederlandse Vereniging voor Osteopathie, komt het regelmatig voor dat medewerkers van consultatiebureaus (zowel artsen als wijkverpleegkundigen) ouders doorsturen naar een osteopaat, hoewel zij dit officieel niet mogen doen. “Echter, de meeste ouders nemen zelf contact met ons op, doordat ze van andere ouders hebben gehoord over het behandelresultaat. De ouders die wij in de praktijk zien, willen graag meer hulp dan het CB kan bieden, daarvoor zijn ze uiteraard bij ons. Wat wij vaak terug horen is dat mensen graag hulp willen van het CB, bij het op een rijtje zetten van de mogelijkheden die er zijn om hun probleem te helpen oplossen. Ze willen vervolgens graag zelf de keuze maken, en niet een bepaalde richting in geduwd worden. Om die reden hebben wij eerder al wel eens onze ondersteuning aangeboden aan CB’s om medewerkers te informeren over de mogelijkheden en onmogelijkheden van osteopathie. Tot op heden is men hier nog niet op in gegaan.”

Craniosacraal therapie

Craniosacraal therapie is een zachte manuele behandelingswijze die uitermate geschikt blijkt voor baby’s en zwangere vrouwen. Steeds meer ouders met baby’s die leiden aan reflux, darmkrampjes of andere klachten vinden hun weg naar de craniosacraal therapeut.
Craniosacraal therapie is een zachte manuele behandelingswijze die uitermate geschikt blijkt voor baby’s en zwangere vrouwen. Steeds meer ouders met baby’s die leiden aan reflux, darmkrampjes of andere klachten vinden hun weg naar de craniosacraal therapeut. Karlijn Rensen is Cranio Sacraaltherapeut en Babymassagedocent van therapiepraktijk 1goedgevoel: “Ik heb in mijn praktijk nog geen mensen met een doorverwijzing via het consultatiebureau gehad. Maar wanneer een behandeling werkt heeft het consultatiebureau niet veel te willen, want dan praten ouders het onderling wel door. Het zou echter mooi zijn wanneer het consultatiebureau zich ten doel stelt om ouders optimaal te helpen, door ook informatie en/of doorverwijzingen te geven wanneer het bureau zelf niet voldoende kan bieden. Er zijn therapeuten/behandelaars die zich bewezen hebben en waar de reguliere behandelaars ook vertrouwen in hebben. Het is aan het consultatiebureau zelf om richtlijnen op te stellen waar de therapeuten/behandelaars aan moeten voldoen wanneer ze er voor kiezen om informatie/doorverwijzing te geven. Op andere gebieden in de gezondheidszorg is het al veel gewoner om buiten het reguliere circuit door te verwijzen.”

Homeopathie

Op de website van het Homeopathie informatiecentrum lezen we dat het geen enkel probleem voor een homeopaat is om een consult af te nemen van een baby. Sorcha Sickinghe en Esther van Dam, beiden homeopaat zeggen dat: “De ouders die wij zien zijn over het algemeen bewuste mensen die zelf hun pad kiezen. Wanneer er dus meer hulp, naast het reguliere nodig is, zorgen zij daar zelf voor. Wij merken dan ook dat ouders met kindjes met klachten zoals darmkrampjes, veel huilen, obstipatie en huiduitslag onze praktijken weten te vinden.”

Lactatiekundige

De lactatiekundige (borstvoedingspecialist) is een betrekkelijk jong beroep. Zij worden ingeschakeld bij moeders die borstvoeding geven en daarbij begeleiding nodig hebben. Voorheen ging de kennis over borstvoeding automatisch over van moeder op dochter. Door de komst van flessenvoeding ging veel kennis verloren. Dit is ook niet zo gek als je bedenkt dat in 1975, nog maar tien(!) procent van de pasgeborenen, drie maanden aan de moederborst dronk. Flessenvoeding was sterk verbeterd en gemakkelijk omdat je precies wist wat je baby binnen kreeg. Borstvoeding was meer uitzondering dan regel. De omslag volgde snel door de tijdsgeest van vrijheid en blijheid die eind jaren zeventig ontstond. Het heel strakke voedingsschema werd overboord gegooid; we gingen voeden op verzoek en borstvoeding was plots weer volstrekt natuurlijk en normaal. Nu lijkt borstvoeding (terecht) weer de norm te worden en wordt het zelfs door de overheid aanbevolen omdat het de gezondheid bevordert van moeder en kind. Hierbij zijn de lactatiekundigen onontbeerlijk met al hun kennis. Door de goede begeleiding gaan moeders ook langer door met voeden en tegenwoordig behoren de lactatiekundigen dan ook tot de reguliere hulpverlening. Een groot aantal ziektekostenverzekeraars vergoedt inmiddels een deel van de kosten voor lactatiekundige zorg. En toch zijn ook de lactatiekundigen er nog niet, zo stelt Stefan Kleintjes, kinderdiëtist en eigenaar van www.borstvoeding.com, (winnaar van Borstvoedingsprijs 2006). “Hoewel de lactatiekundige nu behoort tot de reguliere hulpverlening, is deze hulp toch nog niet standaard opgenomen in het zorgpakket. Daarbij zijn er thuiszorgorganisaties die een eigen lactatiekundige in dienst hebben en die hun medewerkers verplichten de ouders alleen naar de eigen lactatiekundige door te verwijzen. De andere lactatiekundigen in de regio met een eigen praktijk worden niet genoemd.
Dit geldt tevens voor de diëtisten met een eigen praktijk die niet in vaste dienst zijn bij een zorginstelling. Vaak wordt de ouder standaard naar de instellingsdiëtist doorverwezen. Pas als mensen zelf verder gaan zoeken komen ze uit bij de overige lactatiekundigen en diëtisten. CB’s zouden de ouders zelf moeten laten kiezen bij wie ze verder geholpen willen worden.”

Babybegeleiding door een babycoach

Ouders die thuis meer begeleiding willen in de eerste jaren van hun kindje kunnen tegenwoordig terecht bij een babycoach, dit is gespecialiseerde hulp in de vorm van pedagogisch advies, soms uitgebreid met een aanvullende discipline. Menig ouder heeft hier behoefte aan, vooral als ze door de bomen het bos niet meer zien bij het huilgedrag van hun baby of de driftbuien van hun peuter. De babycoach denkt mee met de ouders en geeft adviezen specifiek gericht op het reilen en zeilen van het gezin en in het bijzonder het kindje. Babyconsulenten zijn verpleegkundigen die gespecialiseerd zijn in de begeleiding en ondersteuning van ouders en hun baby van 0-12 maanden. Deze verpleegkundigen bieden een uitgebreid pakket van zorg aan. Veel ouders zijn hiervan niet op de hoogte en door de verzekering worden deze kosten nog nauwelijks vergoed. Ouders hebben baat bij deze twee vormen van hulpverlening; er wordt in de thuissituatie samen bekeken wat het beste is voor ouders en kind.

Het Antroposofische Consultatiebureau

Steeds meer jonge ouders wenden zich tot het antroposofische consultatiebureau.
Op de website van De Antroposofische Vereniging Nederland is de onderstaande tekst te vinden en is het niet ingewikkeld om te begrijpen waarom ouders hier voor kiezen.
“Kenmerkend voor de reguliere geneeskunde is dat deze vooral is gericht op de fysiek waarneembare fenomenen. Antroposofische geneeskunde is geen vervanging voor de reguliere geneeskunde, maar een verdieping en uitbreiding ervan en dus een aanvullend alternatief. Niet alleen doordat een uitgebreider arsenaal geneesmiddelen en therapieën kan worden geboden, maar vooral doordat méér dan alleen het lichaam in de behandeling kan worden betrokken. Steeds meer mensen raken er van overtuigd dat bij ziek zijn ook allerlei niet-materiële processen een rol kunnen spelen.
Antroposofische artsen behaalden hun artsendiploma aan een Nederlandse universiteit en specialiseerden zich daarna in de antroposofische geneeskunst. Zij verruimen de reguliere geneeskunde tot een meer holistische benadering van de mens, met aandacht voor lichaam, ziel en geest.”

ActiZ

ActiZ is een organisatie van zorgondernemers, zij waren als enige vanuit regulier oogpunt bekeken, bereid om hun mening te geven over de nieuwe vormen van hulpverlening.
Inge Steinbuch is Senior beleidsmedewerker en arts Maatschappij & Gezondheid, team Jeugd van ActiZ. Zij benadrukt dat ouders vrij zijn in hun keuze van hulpverlening en dat het afhangt van de lokale afspraken die gemaakt zijn of er ook wordt door verwezen naar niet-reguliere hulpverlening. “In principe werkt de JGZ evidence based, dat wil zeggen dat er verwezen wordt na diagnostiek of eerst nog voor diagnostiek naar behandelmethoden of behandelaars waarvan bewezen is dat het een effectieve methode is. Doorverwijzen is onderdeel van het werk, maar wel wordt er verwezen naar effectieve hulp voor de geconstateerde problematiek”, aldus mevrouw Steinbuch.
De grote vraag is wie bepaalt wanneer een methode, effectief en bewezen genoemd mag worden. Is dit dan alleen aan de hand van medisch wetenschappelijke onderbouwing of telt het resultaat in de praktijk dan ook mee?
En hebben de ouders niet het volste recht om dit helemaal zelf te bepalen?

Conclusie

Concluderend kun je stellen dat ouders:

  • Meer variëteit in hulp willen dan dat het consultatiebureau hen biedt en daar ook op geattendeerd willen worden door het CB.
  • “De betutteling” van het CB beu zijn en wat betreft hun kind, aan de hand van betrouwbare voorlichting een keus uit diverse soorten hulp willen maken.
  • De (wisselende) adviezen van het CB niet als ‘bindend’willen ervaren maar als een vrijblijvende keuze. Doorverwezen willen worden wanneer zij aangeven dat nodig te vinden.

De moderne ouders willen bij hun kind problemen uitsluiten of de eventuele oorzaak achterhalen en laten behandelen. Zij en hun kind hebben daar recht op en ze zijn dus steeds meer geneigd om niet langer genoegen met de mededeling dat ze ‘Er maar mee moeten leren leven’.
Het succes van de niet reguliere hulpverlening komt voort uit het feit dat ouders allang zelf de conclusie hebben getrokken dat deze, relatief nieuwe, vormen van hulp effectief en doeltreffend zijn.
Nu wordt het tijd dat de jeugdzorg en de zorgondernemers daar aansluiting bij zoeken!

Meer informatie

Geestelijke ontwikkeling van je baby
Lichamelijke ontwikkeling van je baby
De gezondheid van je baby
Wat is het Rijksvaccinatieprogramma (RVP)
Het consultatiebureau – Wat mag je ervan verwachten?
Huilbaby – Wat kun je er aan doen?
Babyvoeding – Borstvoeding en flesvoeding
Tips om je baby te troosten
Rust Reinheid en Regelmaat – De drie R’s werken nog steeds
Goed dragen door een draagconsulent
Koemelkallergie – Hoe herken je het en wat kun je doen?
Je baby lekker laten doorslapen
Wiegendood – Wat is wiegendood en is het te voorkomen?
Onderzoek baby – Welke onderzoeken zijn er?
Inbakeren, een doekje voor het bloeden

Bronvermelding

Tekst: Janine Jongsma-Te Marvelde
Stockfoto: 123rf.com

Kijk ook naar...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *