Cijfer- en letterspelletjes voor binnen

binnen spelen cijfers en letters

Tafelen

Een moeilijk spel voor de wat oudere spelers. Om de beurt moet een speler tot 100 (of een ander afgesproken getal) tellen, maar… getallen van een afgesproken tafel mag hij niet zeggen. In de plaatst van het getal, moet hij zeggen ‘Tafel’.
Voorbeeld: Gekozen is voor de Tafel van 3. De speler gaat dus tellen:
1, 2, TAFEL, 4, 5, TAFEL, 7, 8, TAFEL, et cetera…
Maakt hij een fout? Dan is hij af. Welk speler houdt het het langste vol? Trouwens… welke volwassene kan dit record verbeteren?

Spreekwoorden raden

De spelleider verzint een spreekwoord en schrijft net zoveel puntjes op een stukje papier als dat er letters zijn. Om de beurt mogen nu de spelers een letter noemen. Wanneer de letters in het spreekwoord voorkomen worden deze op de stippeltjes geplaatst. De speler die als eerste raadt welk spreekwoord het is, heeft gewonnen.

Zinnenverzinnen

De spelers moeten een zo lang mogelijke zin te maken waarbij de woorden allemaal met dezelfde letter beginnen. Bijvoorbeeld: Aardige Annie At Aparte Aarbeiden of Boris Boef Bakt Boven Bosse Bollen.

Repeterende letters

De spelers moeten een zo lang mogelijke zin te maken waarbij de woorden allemaal met dezelfde letter beginnen. Bijvoorbeeld: Aardige Annie At Aparte Aarbeiden of Boris Boef Bakt Boven Bosse Bollen.

Plakken maar!

De eerste speler begint met het verhaal, een (halve) zin. Dan is de volgende speler aan de beurt en vervolgt de zin. Dan de volgende et cetera… Je krijgt zoiets als:
Ik ben een mooie prinses die…
iedere dag gaat touwtjespringen omdat…
ik vreselijk berehonger heb gekregen door…
et cetera.

Voorlezen

Het lijkt zo voor de hand liggend, maar kinderen zijn gek op voorgelezen worden. Daarnaast is het ook heel leerzaam en goed voor de ontwikkeling van een kind. Ga er lekker voor zitten, maak het gezellig en je kind zal genieten! Er zijn heel veel luisterboeken in de handel, onze voorkeur geniet nog steeds zelf voor te lezen. Even contact, even samen iets doen.

Zin of onzin

Een moeilijk spel voor de wat oudere spelers. Maak vooraf een heleboel strookjes met losse woorden. Makkelijkste is een Word document te vullen met een lettergrootte 20 (of zo). Knip vervolgens alle woordjes uit en doe deze in een bus. Denk aan meerdere lidwoorden, voorzetsels maar ook zelfstandig naamwoorden, en persoonsvormen. Iedere speler mag nu 5 strookjes uit de bus pakken. Hiervan moet hij een goedlopende Nederlandse zin maken. Kan dat niet? Dan is de volgende aan de beurt. Bij iedere beurt pak je een nieuw strookje en probeer je een (nieuwe) zin te maken. De speler met de mooiste, langste of grappigste zin, wint uiteindelijk.

Kletsmajoors

Afval race, een tegen een. Elke persoon moet blijven praten tegen de ander. Het maakt niet uit waarover wordt gepraat maar er mogen geen herhalingen of pauzes voorkomen. Je zal een scheidsrechter (iemand van de leiding!) nodig hebben om de winnaar van ieder paar te kunnen bepalen. Pauzes mogen maximaal 2 seconden duren, bekende strings (zoals letters, nummers, maanden et cetera.) mogen wel, maar dan hooguit 12 achterelkaar. Het aanraken van de tegenspeler is niet toegestaan en alleen de scheidsrechter mag iemand diskwalificeren vanwege herhaling.

Wiggel Waggel

Je zit in een kring. Harrie, die het spel uitlegt, heeft 2 voorwerpen in zijn hand. Hij geeft het aan degene die direct rechts van hem zit: R1. En zegt: Harrie: Dit is een wiggel R1: Een wat? Harrie: Een wiggel R1: Oh een wiggel Nu geeft R1 het voorwerp aan degene die rechts van hem/haar zit, en zegt terwijl hij steeds de persoon aankijkt tegen wie hij spreekt:
R1: Dit is een wiggel
R2: Een wat?
R1: Een wat? (kijkt naar Harrie)
Harrie: Een wiggel
R1: Een wiggel
R2: Oh een wiggel.
R2 aan R3: Dit is een wiggel
R3: Een wat?
R2: Een wat?
R1: Een wat?
Dit gaat zo door – en het is leuk om het soort echo-effekt te zien en al de draaiende hoofden: het lijkt een beetje op dominostenen omkukelen.
Nu pakt Harrie het andere voorwerp, en geeft dit aan degene links van hem, persoon L1. Harrie: Dit is een waggel
R1: Een wat?
Harrie: Een waggel
R1: Oh een waggel
Et cetera

Harrie moet af en toe heel snel zijn om de verschillende vragen: “een wat?” te beantwoorden, maar het allerergste is het voor degene die ongeveer tegenover Harrie zit in de kring, want die krijgt twee taken, de vragen “Een wat?” doorgeven en de antwoorden “Een waggel/wiggel”! Het spel is afgelopen als het een grote spraakverwarring ontstaan is, en het werkt dus om de tongen los te maken! Iedereen is bij het spel betrokken. Je kunt ook afspreken dat het afgelopen is als de wiggel en waggel elkaar ontmoeten: zie maar, en heel veel plezier ermee!

Letterslang

Kies een bepaald thema, bijvoorbeeld dieren. De eerste speler noemt een dier met een A, bijvoorbeeld aaP, de volgende speler moet dan een dier opnoemen welke begint met de laatste letter van dat dier, in dit geval de P, bijvoorbeeld PandabeeR, nu is de volgende speler aan de beurt die nu een dier moet opnemen beginnend met de letter R, bijvoorbeeld Ree, et cetara. Dit gaat net zo lang door totdat iemand niets meer weet. Alle dieren mogen maar één keer genoemd worden. Je kunt natuurlijk ook thema’s nemen als: steden, landen, kinderen uit de klas, groente en fruit, et cetara. Dit afhankelijk van de belevingswereld en ontwikkelingsniveau van de kinderen.

Letterrooster

Iedere speler krijgt een rooster. Om de beurten mogen de spelers een letter zeggen, maar je kunt natuurlijk ook de letters nemen van bijvoorbeeld Scrabble. Spelers mogen dan om de beurt een letter uit een zakje trekken. Uiteindelijk moeten er 25 letters worden De bedoeling is dat deze letters in het rooster worden geplaatst, op een manier dat er zoveel mogelijk bestaande woorden ontstaan. Zowel horizontaal als verticaal. Elke letter van een goed woord, is één punt waard. En de speler met de meeste punten wint!

Langdurig spellen

De spelleider kiest een woord, bijvoorbeeld “snoep”. Er wordt een speler aangewezen en hij moet dit woord spellen, maar voor elke letter moet een dier verzonnen worden die met deze letter begint. In dit voorbeeld zou het woord “snoep” op de volgende wijze gespeld kunnen worden” Slang – Nijlpaard – Olifant – Ezel – Paard. De speler die bij een bepaalde letter geen dier kan bedenken, krijgt een strafpunt. Variant: In plaats van dieren, kun je natuurlijk ook kiezen voor beroepen, jongens- en meisjesnamen, plaatsnamen, BN’ers, landen en automerken.

Klinkers

Kies van te voren een klinker (A, E, I, O, U), bijvoorbeeld de A. Iedere speler moet nu om de beurt een woord zeggen met één A erin (dus ook niet meer!!) en geen enkele andere klinker. Goede woorden zijn bijvoorbeeld: hart, dag, mag, slag, schat, had, mat, et cetera. Woorden mogen vanzelfsprekend maar één keer worden gebruikt. Spelers die geen woord meer kunnen verzinnen, vallen af. Je kunt de moeilijkheidsgraad verhogen met: 2 dezelfde klinkers in een woord (graat, daad, maat, spaart, kaart, et cetera…).

Koppensnellen

Knip een aantal (niet te veel, maximaal 3) krantenkoppen uit en knip de koppen in stukken. Je kunt het woord voor woord doen, maar je kunt kleine woordjes ook aan elkaar laten zitten (dit afhankelijk van het niveau van de spelers). De spelers moeten nu uit de verschillende stukken de juiste koppen samenstellen. Voor iedere juiste kop, is een punt te verdienen. Degene met de meeste punten, heeft gewonnen.

Groot, groter grootst

De eerste speler verzint een woord van drie letters en schrijft dit op een stuk papier, bijvoorbeeld “bod”. De volgende speler voegt hier één letter aan toe, bijvoorbeeld “bode”, de derde speler voegt ook weer een letter toe en wordt het bijvoorbeeld: “boden”, net zo lang totdat een speler geen woord meer weet te bedenken. Wie het langste woord heeft gemaakt, heeft gewonnen. Een ander voorbeeld: tak, taak, tabak, braakt, et cetera…

Fluisteren maar

De eerste speler (of de spelleiding) verzint een zin en fluistert dit in het oor van de volgende speler. Deze geeft het ook weer door, net zolang tot iedereen aan de beurt is geweest. De laatste speler zegt de zin hardop. Dan wordt hij vergeleken met de oorspronkelijke zin. Is er nog wat van over?

Allergisch voor letters

De postbode is allergisch voor letters. Eén speler begint en gooit het balletje naar een volgende speler. Terwijl hij dit doet zegt hij: “De postbode is allergisch voor Eeee’s”. De speler naar wie de bal is gegooid moet dan snel een plaatsnaam zeggen waar geen E in voorkomt. Lukt dit niet? Dan is hij af. Anders is het zijn beurt om een letter te verzinnen en het balletje naar een andere speler te gooien. Wie het langst overblijft, heeft gewonnen. Variant: De vader heeft een hekel aan… (welk beroep oefent hij uit?) Mijn zus is bang voor… (voor welk dier is zij bang?) et cetera.

Alfabetspel

De eerste speler moet vertellen wat hij ziet, beginnend met een letter A. De volgende speler kijkt om zich heen en moet iets zeggen dat begint met een letter B, et cetara. Alles mag maar één keer genoemd worden. Moeilijke letters zoals bijvoorbeeld de Q en Y, mogen gewoon worden overgeslagen.

Achterste voren

De spelleiding verzint een woord. De speler moet dit woord, zonder op te schrijven en zonder fouten, hardop achterste voren spellen. De speler die als eerste een fout maakt, is af.

Meer binnenspelletjes

binnen spelen ballonspelletjes
Ballonspelletjes
binnen spelen cijfers en letters
Cijfers & letters
binnenspelen estafette
Estafette
binnen spelen kaartspellen
Kaartspellen
binnenspelen knutselen
Knutselspelletjes
binnenspelen raad en zoek
Raad en zoek
binnenspelen zing en beweeg
Zing en beweeg

Meer informatie

Binnen spelen kan ook leuk zijn!

Bronvermelding

Tekst: Marion Middendorp
www.spelenboek.nl
Leuke spelletjes voor peuters en kleuters – ISBN 9789043800761
Originele Spelletjes en ideeeën voor geslaagde kinderfeestjes – ISBN 9789024383948
200 Spelletjes voor binnen & buiten – ISBN 9789043802475
Foto: 123rf.com

Kijk ook naar...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *