Balspelletjes voor buiten

buitenspelen - balspelletjes

Lummelen

Iemand wordt uitgeroepen tot lummel, en tussen de andere spelers staan. De andere spelers moeten nu proberen de bal over te gooien/rollen naar andere spelers zonder dat de lummel de bal te pakken krijgt. Zodra de lummel de bal aanraakt is degene die de bal als laatste heeft aangeraakt de nieuwe lummel. Het spel wordt vaak enkel met de voet gespeeld. Ook kun je twee lummels inzetten.
Ook bekend als chaos lummel spel (‘gewoon’ lummelen is dan met 3 spelers).

Variant

Tweede bal is heilig: zodra een nieuwe speler de lummel is, wordt er eerst twee keer overgespeeld, pas daarna mag de lummel proberen de bal te veroveren.

Stuiterbal

Een of twee spelers worden aangewezen als lummels: zij proberen de bal te veroveren. De spelers in het veld gooien een bal naar elkaar over door deze minstens een keer te laten stuiteren. De lummels proberen deze bal te onderscheppen. Lukt dat, dan wisselen de gooier en de lummel van rol.

Olifantenjacht

Een vak wordt aangezet als olifanten territorium. 2 spelers worden aangewezen als jagers, de rest wordt olifant. De jagers lopen om het vak en jagen met een zachte bal op olifanten. Een olifant wordt gevangen als deze wordt geraakt (niet op het hoofd). Elke geraakte olifant wordt jager. Later in het spel kan nog een bal worden ingezet.

Stand in de mand

Een speler heeft de bal, de anderen staan er om heen. De speler gooit de bal recht omhoog en roept: ‘Stand in de mand en de bal is voor Rosa’. ledereen loopt hard weg, behalve Rosa, die moet de bal pakken. Als ze hem heeft, roept ze: ‘Stand in de mand.’ Dan mag niemand meer van zijn plaats en moet Rosa proberen met de bal een van de anderen te raken. De spelers mogen wel bukken om de bal te ontwijken, maar niet van hun plaats komen. Wordt een speler geraakt, dan is die af en mag Rosa de bal omhoog gooien en een andere speler kiezen. Wordt een speler niet geraakt, dan wordt deze de nieuwe balwerper.

Inhaalbal

De spelers staan in een kring en er worden 2 ballen doorgegeven, startend recht tegenover elkaar. Een bal zal de andere in gaan halen want die wordt gemakkelijker doorgegeven. Welke bal zal dat zijn?

Verdedig de bezem

Verdeel de groep in 2 ploegen. Steek de bezem in de grond (niet te diep: hij moet nog bewegen). Leg het touw in een ruime cirkel (1,5 meter) rond de bezem. Een ploeg staat in de cirkel, de andere erbuiten. De ploeg buiten de cirkel heeft de bal, en probeert de bezem te doen omvallen door die met de bal aan te gooien. De ploeg binnen de cirkel probeert dit te verhinderen.

Afvalbal

De spelers stellen zich op zo dicht bij elkaar dat een grote bal gemakkelijk doorgegeven kan worden. Het doorgeven start. De spelleider draait zich om en fluit plotseling, de speler die in het bezit is van de bal is op het moment van fluiten valt uit, wie blijft er over?

Cowboys en indianen

Nu zonder achtervak. Word je geraakt, dan ga je naar de andere partij. Ook bekend als Monarchisten & Republikeinen. Maar je kunt het natuurlijk eenvoudig op je thema aanpassen, bv. rupsen & vlinders.

Balwerp spel

In een krat wordt aan elk gat een score toebedeeld, een aantal positieve scores, een aantal negatieve scores en een ‘blut’. Vanaf een meter of drie gooit de speler een bal in de krat, ze mogen per beurt 3x proberen. De bal moet minimaal een keer stuiteren. Kom je op blut, dan ben je al je punten kwijt maar mag je nog wel twee keer proberen (ook als het je laatste bal was). Kom je op een positief getal, dan komen de punten er bij. Kom je op een negatief getal dan gaan de punten er af. Uiteindelijk kan de score nooit lager zijn dan 0 punten.

Beachvolleybal

Span op het strand een net waarbij de spelers net bij de bovenkant kan aanraken. Per kant 2 of 3 spelers – er zijn geen vaste posities. Het veld is ongeveer 8×8 meter. Verder qua regels, kijk bij Volleybal of bij de officiële regels van beach volleybal.

Volleybal

Veld, in tweeënn gedeeld door een net. Spelers kunnen met uitgestrekte armen net bij de bovenkant van het net. De (volley)bal wordt met de handen gespeeld en mag alleen worden overgetikt of gesmashed (koppen mag ook). Bal vangen en dan gooien mag alleen voor jongere spelers. Doel is om de bal op de grond te krijgen in het veld van de tegenstanders (binnen de lijnen). Er mag hooguit drie keer worden overgespeeld naar een eigen speler, daarna moet de bal over het net.

Het serveren gebeurt altijd rechts-achter in het veld, achter de achterlijn (jongere spelers mogen een paar passen naar voren). Serveren gebeurt altijd met een hand, onder- of bovenhands. De bal moet, bij het serveren, direkt in het veld van de tegenstanders terecht komen (net-service? overnieuw, max 2x). Punten kun je alleen scoren als je als partij net hebt geserveerd. Maak je als serverende partij een fout (bv. bal tegen grond, of bal uit), dan gaat de service naar de andere partij – zij hebben daarmee nog geen punt gescoord! Speel tot de 15 punten, waarbij er minimaal 2 punten verschil is.

Als je als partij de service krijgt, dan draaien alle spelers in jouw ploeg een positie door, met de klok mee. Op die manier komt iedereen aan de beurt met serveren. Als je de service hebt en scoor je een punt, dan draai je niet meteen door: pas als je als serveerder 3 punten achter elkaar hebt gescoord, dan is de volgende serveerder aan de beurt.

NB. Dit zijn niet de officiële regels van volleybal maar gewoon praktische regels om met een groep te spelen. Het overtikken met de handen mag bovenhands, onderhands, en mag zowel met twee handen als met een hand, zelfs met de vuist.

Officiële regels Volleybal

De bal wordt door de serveerder in het spel gebracht. Bij zijn opslag slaat hij de bal over het net naar het veld van de tegenpartij. Om de bal weer terug te spelen, mag elk team de bal drie maal raken. Normaal gesproken passt (onderhands spelen) de tegenstander de geserveerde bal naar zijn spelverdeler, die een set-up (bovenhands spelen) maakt naar één van zijn aanvallers. De aanvaller smasht (slaat) of plaatst de bal vervolgens weer naar de andere kant van het net. Vangen of vasthouden mag niet. Bovendien is het niet toegestaan dat de bal twee keer achter elkaar door één en dezelfde speler wordt geraakt, behalve bij het blokkeren. Het spel gaat door totdat de bal in het speelveld de grond raakt, ‘uit’ gaat of door een team op een onjuiste wijze wordt teruggespeeld.

Vanaf het seizoen 2000-2001 wordt in Nederland het Rally Point Systeem voor de puntentelling gebruikt (hier wordt soms van afgeweken in bijvoorbeeld recreantencompetities).

Het team dat de rally wint, krijgt een punt. Als het ontvangende team de rally wint, krijgt het niet alleen een punt erbij, maar ook het recht om op te slaan. Tevens draaien de spelers van dit team kloksgewijs één plaats door. Een set wordt gewonnen door het team dat als eerste 25 punten behaalt, met een voorsprong van ten minste twee punten. Bij een gelijke stand van 24-24 gaat het spel door tot er een verschil van twee punten is bereikt. De wedstrijd wordt gewonnen door het team dat als eerste drie sets wint, in sommige (hogere) klassen worden altijd vier sets gespeeld.

Trefbal

Spelers staan in twee ploegen tegenover elkaar en proberen elkaar af te gooien. Een korrekte vangbal telt niet als ‘af’, maar het direkt raken van een persoon wel. Mensen die ‘af’ zijn verhuizen naar het achtervak van de tegenpartij. Vandaar mogen ze ook ‘af’ gooien, overgooien naar de eigen partij in het andere vak inbegrepen. Als iemand uit het achtervak iemand ‘af’ gooit, mag ‘ie weer terug naar zijn ploegvak. Doel is om de tegenpartij in zijn geheel in het achtervak te krijgen.

Olifantenjacht

Een vak wordt aangezet als olifanten territorium. 2 spelers worden aangewezen als jagers, de rest wordt olifant. De jagers lopen om het vak en jagen met een zachte bal op olifanten. Een olifant wordt gevangen als deze wordt geraakt (niet op het hoofd). Elke geraakte olifant wordt jager. Later in het spel kan nog een bal worden ingezet.

Dood of levend

Verdeel het terrein in 2 vakken. In elk vak staat een ploeg. Een van de ploegjes begint en gooit de bal omhoog, in het vak van de andere ploeg, met de woorden: ‘Dood aan Kelly’. Als de andere ploeg de bal kan vangen, zonder dat hij de grond raakt, gebeurt er niets, anders moet Kelly opzij gaan staan, want ze is nu dood. De andere ploeg kan Kelly dan terug levend maken door de bal te werpen en te zeggen: ‘Levend Kelly’. Je kan op die manier personen van de andere ploeg werven voor jouw ploeg. Het spel is ten einde als er een ploeg ‘uitgestorven’ is.

Beachvolleybal

Span op het strand een net waarbij de spelers net bij de bovenkant kan aanraken. Per kant 2 of 3 spelers – er zijn geen vaste posities. Het veld is ongeveer 8×8 meter. Verder qua regels, kijk bij Volleybal of bij de officiële regels van beach volleybal.

Jonkvrouwe

De jonkvrouwe staat naar muur. Rest van spelers staan achter de jonkvrouwe. Dan gooit de jonkvrouwe de bal naar achteren – zonder zich om te draaien. Wordt de bal gevangen, dan is de jonkvrouwe af. In andere geval komt bal bij iemand en die houdt bal achter zijn rug. Rest doet alsof hij een bal achter rug houdt. De jonkvrouwe mag zich hierna omdraaien en raden wie bal heeft. En als ze raadt wie de bal heeft dan is die persoon die de bal had nu de jonkvrouwe.

Houd de bal omhoog

Verdeel de kinderen in twee groepen. Iedere groep krijgt een bal. Na het startsein begint in iedere groep één speler de bal hoog te houden. Hij mag zijn hele lichaam hiervoor gebruiken, als de bal maar niet op de grond komt. Zodra hij hem laat vallen, is hij af en is de volgende speler aan de beurt. Welke groep houdt dit het langste vol?

Zachte trefbal

Verdeel de kinderen in twee teams. Ieder team gaat op de helft van het veld staan. Ze moeten proberen een kind van het andere team met een bal te raken. Als het kind direct geraakt wordt (zonder dat de bal op de grond is geweest) dan moet hij aan de kant gaan zitten. Als een kind een bal vangt, dan moet het kind op de bank gaan zitten die de bal gegooid heeft. Het spel is klaar wanneer alle kinderen van een team aan de kant zitten. Variant: Bij warm weer kun je de bal vervangen door een natte spons.

Tienbal

Verdeel de kinderen in twee teams. De kinderen moeten proberen de bal tien keer naar elkaar over te gooien, zonder dat deze wordt onderschept. Maar… het andere team moet proberen te verhinderen dat dit lukt. De kinderen mogen niet lopen met de bal en ook terug gooien naar het kind waar je de bal van hebt gekregen, mag ook niet. Als de bal wordt onderschept, krijgt het andere team de bal.

Schop de bal

Er zijn twee tikkers. Als je getikt bent, moet je op een centrale plaats gaan staan. Je kunt de hele groep bevrijden door tegen de bal aan te schoppen. Deze bal ligt op een van tevoren bepalen plaats. De tikkers moeten drie meter van de bal blijven.

Rattenvanger

De kinderen zitten in een kring met hun benen voor zich uit. Eén speler loopt een stukje weg (of krijgt een blinddoek voor), hij moet straks een ratje (het balletje) vangen. In de kring loopt het ratje onder de benen door. Plotseling komt de rattenvanger eraan. Het kind die op dat moment de rat onder zijn benen heeft, probeert die daar zo onopvallend mogelijk te laten liggen. De rattenvanger moet, alleen maar door te kijken, raden waar de rat is verstopt. Als hij het raadt, wordt iemand anders de rattenvanger. Raadt hij het niet? Dan is hij nog een keer de rattenvanger.

Paaltjesvoetbal

Ieder kind moet een paaltje bewaken, maar gelijkertijd proberen het paaltje van een ander kind omver te schieten. Het kind die als laatste zijn paaltje nog overeind heeft, wint.

Omgooien

Iemand gooit een bal omhoog met de woorden: “Ik verklaar de oorlog aan Klaas”. Klaas moet dan zo snel mogelijk de bal pakken. De andere kinderen rennen weg. Zodra Klaas de bal heeft, roept hij “Stop!” Alle kinderen moeten nu stil staan. Klaas mag nu drie passen doen en dan proberen de bal tegen iemand te gooien. Als dit lukt, dan moet dat kind de oorlog verklaren aan iemand. Als het niet lukt, moet Klaas nog een keer.

Ik verklaar de oorlog aan…

Iemand gooit een bal omhoog met de woorden: “Ik verklaar de oorlog aan Klaas”. Klaas moet dan zo snel mogelijk de bal pakken. De andere kinderen rennen weg. Zodra Klaas de bal heeft, roept hij “Stop!” Alle kinderen moeten nu stil staan. Klaas mag nu drie passen doen en dan proberen de bal tegen iemand te gooien. Als dit lukt, dan moet dat kind de oorlog verklaren aan iemand. Als het niet lukt, moet Klaas nog een keer.

Gefopt!

Laat de kinderen om je heen staan en neem zelf de bal. Alle kinderen moeten hun handen op hun rug houden. Je gooit de bal naar een kind toe, deze moet hem vangen. Vangt hij hem niet? Dan moet hij gaan zitten en is hij af. Soms doe je net alsof je een bal gooit naar een kind, dan fop je een kind, wanneer de handen dan voor jou zichtbaar zijn geworden, is het kind ook af en moet hij gaan zitten. Het kind dat als laatste overblijft heeft gewonnen.

Bungelende emmer

Hang een emmertje met een touw aan een tak van een boom. Alle kinderen moeten nu vanaf een vast punt (zo’n drie meter van de bungelende emmer verwijderd) proberen een bal in de emmer te gooien. Elke bal die in de emmer terechtkomt, is een punt waard. Ieder kind krijgt 5 ballen om het te proberen. Het kind met de meeste punten, wint het spel.

Balletjetrap

De bal wordt vanaf ‘de buut’ zo ver mogelijk weggeschopt. Dit is een alternatief voor het tellen bij het normale verstoppertje. De bal moet worden opgehaald door de zoeker en terug worden gebracht naar de ‘buut’. Maar om te voorkomen dat hij ziet waar de kinderen zich aan het verstoppen zijn, moet hij achteruit terug lopen naar de ‘buut’. Pas wanneer hij met de bal terug is, mag hij de andere kinderen gaan zoeken.

Zodra hij iemand heeft gevonden, rent hij naar de ‘buut’ en tikt op de ‘buut’ en roept de naam van de persoon. Je mag jezelf ook vrij ‘buten’. Als iedereen zich vrij buut, dan moet de zoeker nog een ronde. De zoeker moet ook nog een keer wanneer de laatste persoon, die nog niet is gevonden, zichzelf en alle anderen vrijbuut (die al afgetikt waren door de zoeker). Dit heet: ‘balletjetrap’. Dit mag per zoeker, maar drie keer gebeuren. Zonder ‘balletjetrap’ dan is de eerste die is gevonden (en afgetikt) de nieuwe zoeker.

Ballenregen

Creëer twee grote velden (met lint of pylonen). Verdeel de kinderen in twee teams en geef beide teams evenveel ballen. Na het startsignaal moeten de ballen worden overgegooid naar het andere veld. Je mag maar één bal tegelijk gooien. Zodra er weer gefloten wordt, is het spel ten einde. Het team met de minste ballen in het veld, heeft gewonnen. Om te voorkomen dat er te hard gegooid gaat worden, kun je ook verplichten dat de ballen met een stuit naar het andere veld gegooid moeten worden.

Ballenboel

Je hebt hiervoor veel ballen nodig. Verdeel de kindjes in twee teams. Ieder team krijgt evenveel ballen. Deze ballen worden achter een lijn gelegd. Het is de bedoeling dat alle ballen zo snel mogelijk naar de overkant worden gebracht. De kindjes van beide teams lopen om de beurt met een aantal ballen naar de eindstreep. Ze mogen zoveel ballen meenemen als ze zelf willen maar… als er onderweg een bal valt, moeten alle ballen weer terug naar de startlijn en moet hij opnieuw beginnen. Teveel ballen in één keer meenemen, is dus niet altijd een goed idee!

Ballenbingo

Alle kinderen krijgen een tennisbal met een nummer daarop geschreven. Dit nummer moeten de kinderen onthouden. Dan worden de ballen verzameld en de tuin ingegooid. De kinderen moeten nu zo snel mogelijk hun eigen bal vinden. Zodra ze die hebben gevonden roepen ze hard: ‘bingo’! Het spel kan ook worden gespeeld met pingpongballen.

Bal doorgeven

De kinderen worden verdeeld in twee teams. Ze gaan achter elkaar in een rij staan. De eerste van de rij krijgt een bal. Bedoeling is, na het startsein, de bal door te geven naar het volgende kindje in de rij, om en om boven het hoofd en tussen de benen. Als het laatste kind de bal heeft, loopt hij naar voren, blijft daar staan en begint het weer opnieuw. Het spel is klaar als het eerste kind weer vooraan staat. Het team dat als eerste klaar is, heeft gewonnen.

Meer buitenspelletjes

buitenspelen ballonspelletjes
Ballonspelletjes
buitenspelen - balspelletjes
Balspelletjes
buitespelen zing en beweeg
Zing en beweeg
buitenspelen estafette
Estafette
buitenspelen - gooispelletjes
Gooispelletjes
buitenspelen - speurspelletjes
Speurspelletjes
buitenspelen - tikkertje
Tikkertje
buitenspelen - vermaakspelletjes
Vermaakspelletjes
buitenspelen - waterspelletjes
Waterspelletjes

Meer informatie

Binnen spelen kan ook leuk zijn!

Bronvermelding

Tekst: Marion Middendorp
www.spelenboek.nl
Leuke spelletjes voor peuters en kleuters – ISBN 9789043800761
Originele Spelletjes en ideeeën voor geslaagde kinderfeestjes – ISBN 9789024383948
200 Spelletjes voor binnen & buiten – ISBN 9789043802475
Foto: 123rf.com

Kijk ook naar...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *